Conferentie Naar Inclusiever Onderwijs
Janneke Oussoren, teamleider opdc
Mijn tweede jaar op de conferentie Naar Inclusiever Onderwijs. Op de vraag ‘wat neem je er dit jaar van mee’ deel ik graag een aantal indrukken. De start was direct indrukwekkend. Acteur en docent Mahfoud Mokaddem nam ons mee naar zijn klaslokaal in het mbo-entree uit zijn theatersolo MOED. Indrukwekkend hoe hij je werkelijk even het gevoel geeft dat je echt in zijn klaslokaal zit. Heel mooi om verhalen uit de werkelijke praktijk te horen en met elkaar weer opnieuw te beseffen hoe belangrijk het is de verbinding met je leerlingen op te zoeken en de leerlingen de ruimte te geven om de verbinding met jou te vinden.
Praktijkvoorbeelden
Na de nodige sprekers daarna gingen we door naar de verschillende workshops en lezingen met veel mooie praktijkvoorbeelden. Bij de workshop van Astrid Greven besefte ik mij weer hoe belangrijk het is om naar de hele context van een kind te kijken; naar het gewone leven. Kom los van je vakjargon en bedenk wat er echt toe doet. Een heel mooi inzicht dat ik meeneem is het besef dat je tijdens een MDO (multidisciplinair overleg) vaak met een grote groep professionals tegenover 1 of 2 ouders en hun kind zit. Wat zou er gebeuren als je de ouders en leerling uitnodigt om ook hun eigen personen mee te nemen om mee te denken? Hulpbronnen zitten overal. Iedereen is nodig en heeft iets bij te dragen. Dus wie weet zit ik bij mijn volgende MDO wel tegenover een sportcoach, ervaringsdeskundige en de oud-basisschoolleerkracht van een kind.
Daarna twee praktijkvoorbeelden van stichting Yulius Onderwijs (regio Rotterdam). De Flexklas, waarbij leerlingen met een vso toelaatbaarheidsverklaring (tlv) vanuit een aparte groep langzaam mee gaan doen en na een jaar uiteindelijk zelfstandig lessen volgen op het Scheepvaart- en Transport College. En de DSO-klas waarin leerlingen zitten zonder vso-tlv, maar wel met ondersteuningsbehoeften die passen bij het aanbod van het vso. In de klas zijn een vaste mentor/coach en een vaste orthopedagoog betrokken, die zijn gedetacheerd vanuit het vso. Geleidelijk bereiden ze de leerlingen in twee jaar voor om alle reguliere vo-lessen te volgen.
Vanuit deze praktijkvoorbeelden komt heel goed naar voren wat het positieve effect is van symbiosetrajecten. Je leert een gezamenlijke taal spreken (vso en regulier vo) en creëert een gemeenschappelijke mindset en gemeenschappelijke blik hoe je naar kinderen kijkt. Bijvoorbeeld van ‘dit is een lastige leerling’ naar ‘waar komt dit gedrag vandaan en wat heeft deze leerling nodig?’. In dit praktijkvoorbeeld werd benadrukt hoe belangrijk het is om echt onderdeel te zijn van een gemeenschappelijk team, dan ga je gemakkelijker het gesprek met elkaar aan en zie je dat teams steeds meer in kansen denken.
Naar inclusiever onderwijs
Mijn dag sloot ik af met een lezing van Beno Schraepen: Een school voor iedereen… hoe begin je eraan? Een lezing over het transformatieproces naar een inclusieve schoolcultuur. Dit is een professionaliseringstraject dat alle focus vraagt, dat begint met uitleg aan leerkrachten en docenten ‘waarom inclusief?’. Inclusie is het gevoel erbij te horen (belonging) en van betekenis te zijn. Inclusie stelt de vraag hoe recht te doen aan de diversiteit van leerlingen. Hij stelde tot slot de reflectievraag: “Geven wij het beste onderwijs dat wij vandaag kunnen geven?” die echt tot denken aanzet. Want uiteindelijk is goed onderwijs de beste ondersteuning die je de meeste leerlingen kunt geven.


