‘Regulier onderwijs lijkt mij beter voor de meeste kinderen’

Mila (13) vertelt over haar overstap van speciaal naar regulier onderwijs.

Mila, van oorsprong een Amsterdamse, is een spontane jonge meid die opgroeit in de Zaanstreek. Ze heeft een TOS, een taalontwikkelingsstoornis. Ze begon in het speciaal onderwijs, waar ze intensieve ondersteuning kreeg. Omdat het goed ging, werd regulier voortgezet onderwijs steeds realistischer. Nu zit ze in haar tweede jaar van het vwo zónder extra ondersteuning. Mila (een zelfgekozen fictieve naam) vertelt over haar ervaringen.

Van speciaal naar regulier onderwijs

“Ik heb TOS, dat betekent dat ik woorden door elkaar haal en de grammatica niet goed kan.  Begrijpend lezen is voor mij moeilijk. Daarom begon ik in het speciaal onderwijs. Daar waren er kleinere klassen: ik zat in een klas met 14 kinderen. Ik kreeg meer hulp van docenten. Zo kreeg ik logopedie en taallessen.”

“Omdat het goed ging met mij en mijn citotoetsen steeds havo/vwo-niveau aangaven, kwam ik in het regulier onderwijs. Ik begon bij de havo op het St. Michaël College. Die overstap vond ik héél eng. Ik was zelf niet helemaal zeker of ik het zou redden op het regulier onderwijs. En ik was bang dat ik weer terug moest naar het speciaal onderwijs. Ik wilde liever naar regulier.”

Verschil speciaal en regulier: ‘nu snappen mijn klasgenoten mij wel’

“Ik ben wel blij dat ik eerst naar speciaal onderwijs ben gegaan. Ze hebben me daar heel veel geholpen. Maar mijn klasgenoten daar snapten mij niet altijd en ik snapte hen ook niet altijd. Ik ging een beetje hetzelfde spreken als zij en ik kon mezelf niet verbeteren want zij wisten het ook niet.”

“Toen ik hier op de reguliere school kwam, snapten mijn klasgenoten mij wél. We denken meer hetzelfde. Het Nederlands werd wel een stuk moeilijker. Maar iedereen is hier gewoon goed in Nederlands, en daar werd mijn Nederlands zelf ook beter door. Daarom lijkt mij regulier onderwijs beter voor de meeste kinderen. Je leert van elkaar. Mijn klasgenoten weten nu allemaal wat een taalontwikkelingsstoornis is, dat hebben ze weer van mij geleerd.”

In het 1e jaar op de havo met extra ondersteuning

“De eerste weken waren wel echt even wennen. Want ik kwam in een grotere klas, dat vond ik wel een beetje eng. En ik moest meer zelf doen. Elke drie weken op de havo praatte ik met een man van het trajectteam waar ik extra ondersteuning van kreeg. Die gaf mij tips en dat hielp. Hij zei dat ik misschien meer vragen moest stellen in de klas en dat ik aan een docent kon vragen hoe ik moest leren. Het ging zo goed, dat ik naar het vwo kon, alle docenten zagen dat wel zitten, en daar zit ik nu in het tweede jaar.”

In het 2e jaar op het vwo zonder extra ondersteuning

“Dat ik naar het vwo kon, vind ik helemaal geweldig. En ook wel lastig hoor want ik kwam weer in een nieuwe klas met andere kinderen. Maar het gaat goed nu. Ik heb geen extra ondersteuning meer nodig. En anders weet ik dat ik naar mijn familie kan, naar docenten en naar het trajectteam.

“Het gewone onderwijs werkt toch beter voor mij. Nu vind ik grotere klassen zelfs fijner en het is gewoon leuker. Ik heb veel meer vriendinnen dan in het speciaal onderwijs. Daar zat ik vooral met jongens in een klas.”

Op de vraag of ze al weet wat ze later wil worden geeft Mila meteen antwoord: “Advocaat. Ik wil mensen helpen.”

Tip voor scholen

Mila geeft de volgende tip mee aan scholen als leerlingen overstappen van speciaal naar regulier onderwijs: een begeleider is heel erg belangrijk. Iemand die je elke twee weken goed helpt, tips geeft hoe je dingen aan kan pakken en hoe je voor toetsen kan leren. En als je het niet snapt dat bepaalde docenten daarover worden geïnformeerd. Dat ze weten waar je moeite mee hebt.”

De extra ondersteuning die Mila in het eerste jaar vanuit de trajectvoorziening kreeg, is een concreet voorbeeld waar SVZ haar financiële middelen aan besteedt.